Montessori

Montessori op de J.F.Kennedy


Kernpunten van de montessoriwerkwijze

Op de John F. Kennedy wordt gewerkt volgens de ideeën van Maria Montessori.
Maria Montessori was een Italiaanse arts die zich heeft ingezet voor de ‘rechten van het kind’. Volgens haar heeft ieder kind recht op onderwijs en opvoeding gericht op een volledige en vrije ontplooiing. Ieder kind is van nature uitgerust met een onverzadigbare drang tot verkennen en experimenteren.

“Help mij om het zelf te doen”

De kern van haar methode wordt meestal samengevat in de uitspraak: 'Help mij het zelf te doen'; alle opvoeding is in principe zelfopvoeding. Uitgangspunt is dat een kind een natuurlijke, noodzakelijke drang tot zelfontplooiing heeft. Opvoeding en onderwijs moeten onderkennen wat de behoeften van een kind op een gegeven moment zijn en daarop inspelen, door de juiste omgeving en materialen te bieden.

Vrije werkkeuze

Kinderen doorlopen dezelfde ontwikkelingsfasen, maar verschillen in hun ontwikkeling in tempo, uithoudingsvermogen, aanleg en karakter. Ieder kind wordt dan ook individueel benaderd. Kinderen kunnen binnen een montessorischool zelf aangeven waarmee ze bezig willen zijn, hoe lang ze er mee bezig willen zijn en wellicht ook met wie ze willen samenwerken. Hierdoor ontstaat er binnen een groep een grote differentiatie. Belangrijke leidraad in deze zijn echter de door Inspectie van het Onderwijs bepaalde einddoelen; aan het eind van groep acht moeten de kinderen deze behaald hebben.  
Een kind maakt voor een deel dus zijn eigen vrije werkkeuze, mits deze keuze gericht is op zijn verdere ontwikkeling. De kinderen volgen echter ook groepslesjes, gebonden aan de lesmethodes. De leerkrachten stimuleren de ontwikkeling van het kind met korte individuele lesjes, lesjes aan een kleine groep of een les aan de hele groep. 

De leeromgeving

De (klassen)omgeving is zodanig ingericht, dat het kind als het ware wordt uitgenodigd om aan het werk te gaan. Het leermateriaal is zo geordend en neergezet dat leerlingen er zelfstandig mee kunnen werken. Er zijn speciale kleedjes waarop kinderen hun werkjes kunnen maken. Het speciaal door Montessori ontwikkelde materiaal neemt hier een bijzondere plaats in. Maria Montessori spreekt hier van de “voorbereide omgeving”.
De school schept een leeromgeving die tegemoet komt aan de behoefte tot ontwikkelen en die aansluit bij de mogelijkheden van het kind. Het is de taak van de leerkracht om deze omgeving te creëren door te observeren en hulp te bieden waar het nodig is en de omgeving zo in te richten dat het kind wordt uitgedaagd.

Leefgemeenschap

De school is een leefgemeenschap van kinderen, leerkrachten en ouders. Iedereen heeft een taak in het geheel en heeft de verantwoordelijkheid om zijn of haar deel zo goed mogelijk uit te voeren. In het samenwerken met anderen is het belangrijk te beseffen dat onze mogelijkheden daarin niet gelijk zijn. Samenleven met anderen heeft ook zijn beperkingen. Maria Montessori spreekt in dit geval over “vrijheid in gebondenheid”.
Bij het samenwerken is het belangrijk gelijkwaardigheid en wederzijds respect na te streven, tussen kinderen onder elkaar, volwassenen onder elkaar en tussen volwassenen, leerkrachten en kinderen.

Groepen met kinderen van verschillende leeftijden

In de montessorischool zitten in één lokaal twee verschillende leeftijdsgroepen bij elkaar. Wij noemen dat bouwen. Er is een onderbouw, een middenbouw, een bovenbouw en een eindbouw.
 
De onderbouw, groepen 1 en 2 (4 t/m 6 jaar)
De middenbouw,  groepen 3 en 4  (6 t/m 8 jaar)
De bovenbouw, de groepen 5 en 6 (8 t/m 10 jaar)
De eindbouw, de groepen 7 en 8 (10 t/m 12 jaar

Gemengde groepen, vanuit een sociaal oogpunt

De sociale opvoeding krijgt vorm doordat kinderen van verschillende leeftijden bij elkaar in een groep zitten. Zo kunnen de oudere kinderen de jongeren helpen en leren de jongeren hulp te vragen aan de ouderen. Ook verandert ieder jaar de sociale positie van een kind in een groep doordat de groepssamenstelling verandert: elk jaar gaan er oudsten uit een groep en komen er jongeren bij. Kinderen leren hierdoor rekening te houden met elkaar.

Gemengde groepen, vanuit de ontwikkeling van het leren

De materialen,  van de tweeleerjaren per bouw,  zijn zichtbaar aanwezig in de open kasten en door het gebruik. Kinderen zien dan ook een uitdagende leeromgeving. Er zijn brede ontwikkelingskansen. Voor de kinderen is er een perspectief op het “waarom oefen ik dit”.
 
De rol van de leerkracht
Maria Montessori heeft heel duidelijk naar voren gebracht dat kinderen alleen door eigen activiteit kunnen leren.
Toch is de rol van de leerkracht zeer belangrijk. Maria Montessori zegt hierover: ”de leerkracht moet hun belangstelling opwekken, hen aanmoedigen en de leerstof op grootse wijze aanbieden. Hij of zij moet een persoonlijkheid zijn, gevoelig en vol belangstelling voor haar leerlingen”. De taak van de leerkracht is er op gericht dat het kind activiteiten ontplooit. De leerkracht geeft lesjes en observeert hoe de activiteiten verlopen. Daarnaast stimuleren ze de kinderen. Om kinderen goed te begeleiden, elk in hun eigen bezigheden, moet de leerkracht niet te nadrukkelijk aanwezig zijn en vol vertrouwen in het kind. De leerkracht luistert, kijkt en volgt het kind met respect.
 
Scholing van leerkrachten
Scholing is de verzamelnaam voor opleiding, bij- en nascholing van de leerkracht met als doel het bevorderen van de kwaliteit van het onderwijs, de arbeid en de organisatie. De leerkrachten op onze school volgen regelmatig scholingen, met het hele team of individueel. Alle leerkrachten op onze school zijn in het bezit van het montessoridiploma, certificaten of studeren hiervoor. Het begeleiden van kinderen op montessoriaanse wijze vraagt namelijk bijzondere kennis en vaardigheden van de leerkracht.
 
Stagiaires
Op onze school lopen regelmatig studenten van de Pedagogische Academie voor het Basisonderwijs stage.
Zij volgen de leerkrachtenopleiding en moeten ervaring opdoen in de praktijk. Ze begeleiden activiteiten
van kinderen en geven lessen. Dit gebeurt onder toezicht en verantwoordelijkheid van de groepsleerkracht.
Daarnaast kunnen ook studenten van andere opleidingen stage lopen zoals conservatorium, opleiding voor
onderwijsassistent enzovoort.